Spanje beslaat ca. 85% van het Iberische Schiereiland. Het bergachtige land heeft zes belangrijke bergketens, de sierra's. Centraal Spanje wordt voor een groot deel gevormd door de enorme, bijna boomloze Meseta hoogvlakte. Deze strekt zich uit tussen een hoogte van 600 tot 1000 m.
De in het noorden gelegen ca. 435 km lange Pyreneeën scheiden het land van Frankrijk. Maar ook de Cuadarrama-, Gredos- en Toledogebergten zijn belangrijke bergachtige gebieden. De hoogste top van het Spaanse vastland is de 3477 hoge Mulhacén in de Zuidspaanse Siërra Nevada.
De hoogste berg van Spanje is de met sneeuwbedekte 3715 m hoge top van de Teide. Deze bevindt zich overigens niet op het vaste land, maar op Tenerife, één der Canarische Eilanden. De belangrijkste rivieren van Spanje stromen vaak door diepe rotsachtige dalen en zijn binnen de
Spaanse grenzen vrijwel onbevaarbaar. Daaronder o.a. de Duro, Minho, Taag en Guadiana die alle in Portugal in de Atlantische Oceaan uitmonden. De diepe Guadalquivir is vanaf Sevilla tot de monding wel bevaarbaar. De enige rivier die in de Middellandse Zee uitmondt is de Ebro. Ook deze is nauwelijks bevaarbaar. Meren van enige betekenis heeft Spanje niet.
Maar water heeft het land desondanks in overvloed. Spanje wordt meer dan driekwart omringd door water. In het noorden door de Golf van Biskaje, in het westen en zuiden door de Atlantische Oceaan.In het oosten vormt de Middellandse Zee de begrenzing. De stranden langs deze kust zijn veruit de grootste trekpleister voor het massatoerisme. De smalle en vlakke kuststrook wordt op diverse plaatsen onderbroken door bergketens.
Hoewel veel minder druk bezocht is ook de noordelijke kuststreek in Baskenland bijzonder aantrekkelijk. Vele inhammen, de ria's, in de rotsachtige kust snijden vaak tot diep het binnenland in. Ze bieden veel meer landschappelijk natuurschoon dan de relatief vlakke Middellandse Zeekust. Aan deze befaamde Costa's met hun vele, soms grote appartementen- en hotelcomplexen bevinden zich hier ook zeer veel goede campings. Dikwijls liggen ze direct of in de onmiddellijke nabijheid van de stranden en zee.
Ook de Spaanse eilanden in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan oefenen grote aantrekkingskracht op de zomertoerist uit. Ter hoogte van Valencia liggen op zo'n 45 zeemijlen (zo'n kleine 85 km) uit de oostkust de vier eilanden Formentera, Mallorca, Menorca en Ibiza, samen de Balearen vormend. Voor de Marokkaanse kust in West-Afrika liggen de zeven Canarische Eilanden: El Hierro, Gran Canaria, Tenerife, Lanzarote, San Miquel de la Palma, La Gomera en Fuerteventura .
Hoewel het strandtoerisme de grootste stroom vakantiegangers trekt, is er een toenemen aantal "avonturiers" dat door het prachtige binnenland van Spanje reist. Ook de steden zijn de moeite van een bezoek waard. Natuurlijk zijn Madrid en Barcelona toppers. In de Catalaanse hoofdstad is de Sagrada Familia van de beroemde Art Nouveau architect en kunstenaar Antoni Gaudí (1852-1926) één der grote trekpleisters. In 1883 werd met de bouw van deze imposante en architectonisch zeer bijzondere kathedraal begonnen. Het werk is nog altijd niet af.
Ook vele andere Spaanse steden zijn een bezoek meer dan waard. Zoals het zuidelijke Granada, eens de Moorse hoofdstad. Het wereldberoemde Alhambra is een prachtig overblijfsel uit deze Arabische tijd. Voor watersporters bieden de Spaanse kusten veel mogelijkheden. Niet alleen vanaf het strand (windsurfen!) maar vooral ook op het water. Langs alle kusten bevinden zich tientallen uitstekende jachthavens voor zeilers en motorbootvaarders.
Met eten en drinken zit het ook wel goed in Spanje. De Spaanse keuken is in feite een enorme verzameling van streekgerechten. Vrijwel iedere regio heeft zijn eigen specialiteiten. Beroemd zijn natuurlijk de overheerlijke tappa's. En de Spaanse wijnen waaronder de befaamde Rioja en uiteraard de sherry genieten een wereldnaam. |